Coronacrisis

Voordat ze met water haar gezicht afspoelt kijkt ze nog even in de spiegel. Ze schrikt van wat ze ziet Roodomrande ogen, een bleek, vermoeid gezicht waarin een steeds groter wordende rode vlek zichtbaar wordt. Haar lip bloedt en rode druppels vallen in de wasbak als ecoline op een vel wit papier.

Het was nu drie weken geleden dat de minister had aangekondigd dat alle scholen moesten sluiten vanwege het Coronavirus en sindsdien zat iedereen thuis. Het contact met haar leerlingen was minimaal geweest, ook omdat de vakantie er tussen had gezeten. Ze miste haar klas verschrikkelijk, want ze hield enorm van het lesgeven en zeker aan deze groep zes, die vol met leuke, gezellige en slimme kinderen zat. Ze had af en toe een appje gestuurd om te vragen hoe het ging en of iedereen nog gezond was. Nu de vakantie voorbij was, maar het virus zich nog volop door de wereld bewoog, zou er door de school gestart worden met videobellen om de kinderen te begeleiden bij het thuiswerken. Over een half uurtje had ze haar eerste inbelmoment met Oscar, een van de slimmere kinderen uit haar klas.

Het koude water zorgt voor wat verkoeling van de brandende pijn aan haar wang. Eigenlijk doet alles zeer. Niet alleen haar lijf, maar ook haar hart is pijnlijk getroffen. Ze graait in haar make-uptas en begint haar gezicht wat te fatsoeneren. Als een ware kunstenaar poetst ze met een kwastje een stukje verleden weg. De oneffenheden van de werkelijkheid weggewerkt met een foundation van de Hema. Terwijl ze met een bonkend hart de trap af loopt, die nare herinneringen bij haar oproept, hangt ze nog een paar fotolijstje recht om ook deze rimpeling van het leven weer glad te strijken en loopt de keuken binnen, waar ze plaats neemt aan de keukentafel met haar rug tegen het raam. Dit is de meest ideale plek voor een video-call vanwege de reflectie van het licht, zodat ze gedurende het gesprek in de schaduw kan blijven, hetgeen noodzakelijk is vandaag.  Met een vermoeide zucht zet ze de laptop aan.

Na enige tijd, die wel een eeuwigheid leek te duren, ziet ze het vrolijke gezicht van Oscar.

“Hoi Oscar, wat ontzettend leuk om je weer te zien”. Ze schrikt van de trilling in haar stem, die de spanning verried die ze in haar hele lijf voelde, maar die ze zo angstvallig verborgen wilde houden. “Hoe gaat het met je? “Hoi Juf,  zei Oscar enthousiast. Ik zie je heel slecht, want je bent heel donker”. “Dat komt door de lichtinval,” zei ze argeloos. “Maar ergens anders is er even geen plek, dus het moet maar even zo. Je bent toch niet vergeten hoe ik eruit zie? Ik ben nog steeds dezelfde hoor.” Oscar moest lachen. “ Gelukkig maar. Je klinkt ook een beetje raar. Ben je ziek “? hoorde ze hem bezorgd vragen.

“Ik ben inderdaad een beetje ziek geweest en nu wat verkouden, misschien klink ik daarom wat anders, antwoordde ze snel. “Als je Corona hebt gehad , moet je nu in thuisquarantaine”, zei Oscar wijselijk, waarbij hij liet merken dat hij de laatste weken het nieuws goed gevolgd had.  “Nee joh, ik voel me prima. Misschien heb ik ergens op de toch gestaan en kou gevat”.

“Met je vriendje zeker”  merkt Oscar op met een grijns. “Hij was er wel bij” antwoordt ze. Hij is er altijd bij, voegt ze er in gedachten aan toe,  terwijl ze de opkomende emotie wegslikt en gauw van onderwerp verandert.

“Vandaag wil ik een dictee doen en dat mag je zelf nakijken. Ik zeg een zin en jij schrijft het op. Ik laat op het beeldscherm zien hoe je het had moeten schrijven. Dan kun je gelijk zien of je het goed hebt. Ok? “ De trilling in haar stem had plaats gemaakt voor een zekere mate van zelfverzekerdheid. Dit was haar kans.

“Okidokie, antwoordt Oscar vrolijk. De vrolijkheid in zijn stem verbaast haar niet, want hij was altijd goed in dictees, dus dit zou voor hem een makkie zijn.

Ze schraapt haar keel, haalt diep adem en spreekt de zin. “De professor opent zijn portefeuille en legt al zijn bezittingen op het tafelblad” vastberaden uit “Mag het nog een keer, want zo snel kan ik niet schrijven hoor” roept Oscar. “Ik zeg de zin nog een keer in stukjes. ”

“de professor ”
“opent zijn portefeuille”
“en legt zijn bezittingen”
“op het tafelblad”.

Terwijl ze de zin in stukjes opdreunt pakt ze een vel papier, denkt even na voordat ze de zorgvuldig gekozen woorden, die zo belangrijk voor haar zouden worden,  één voor één langzaam opschrijft en houdt het voor de camera van haar beeldscherm.  “Kan je het goed zien? “vraagt ze met ingehouden spanning.

Oscar kijkt met grote ogen naar het scherm en knikt alleen maar resoluut. “Ik moet even een andere pen halen, want deze doet het niet meer”, hoort ze Oscar met zachte stem zeggen en ze ziet hem uit het beeld verdwijnen. Even later komt hij weer terug en gaat weer zitten. Ze gaat nog een kwartier door met het dictee, waarbij elke zin van het dictee afgewisseld wordt met wat oppervlakkigheden ,waarbij elke zin zorgvuldig lijkt gekozen, als een dialoog van een toneelstuk. Haar hart klopt inmiddels in haar keel.

Dan gaat de bel.

Haar vriend die gedurende het videobellen met een strakke gespannen blik tegenover haar heeft gezeten, loopt richting de deur. De bel gaat nog een keer.

“POLITIE, OPENDOEN!”

“JIJ, VIES VUIL KUTWIJF! “hoort ze haar vriend schreeuwen, terwijl hij met grote stappen op haar af loopt.  Ze klapt de laptop gauw dicht, omdat ze niet wil dat Oscar getuige gaat worden van de aankomende momenten, die voor haar zo  bekend, maar voor hem zeer angstig zullen zijn. Ze heeft zijn eerste klap al te pakken, waarbij ze van haar stoel valt en in haar val alles wat op tafel ligt meesleurt. Ze voelt zijn voet met brute kracht in haar zij. Zijn handen zitten inmiddels om haar keel en ze krijgt bijna geen lucht meer. Deze werkelijkheid kan ze niet meer wegwerken.

Ze hoort het hout versplinteren en met veel lawaai wordt de deur opengebroken.  Twee politieagenten rennen richting de keuken en trekken haar vriend van haar af . Ze slaan hem in de boeien en voeren hem weg.  Een derde agent, een vrouw, helpt haar overeind en houdt haar stevig vast. “Stil maar, het is voorbij” fluistert de agente “Je bent nu veilig, dankzij ene Oscar die ons gebeld heeft. Hij heeft vertelt waar we moesten zijn, maar hoe wist hij dat? “

Ze wijst met een knikje naar de grond. Op de vloer naast de laptop ligt een wit vel papier waarop met grote letters staat:

HELP ME
IK WORD MISHANDELD
BEL DE POLITIE!

 

 

Schrijven

Ik heb schrijven altijd fijn gevonden. Het was voor mij een uitlaatklep voor die immense gedachtenbrij die ik als kind al had. Ik had een dagboek waar ik de meest hartverscheurende taferelen uit mijn leven beschreef. Zoal die keer dat mijn broers me weer eens gepest hadden, of als ik ruzie maakte met mijn beste vriendinnetje, wat bijna dagelijks gebeurde. Bladzijden vol klein en groot leed waarin ik uitvoerig beschreef wat ik dacht en deed. Over toen mijn cavia Lotje ziek was, onze hond doodging, of als ik iets niet mocht of iets niet kreeg. Al deze gruwelijke ervaringen, die me uiteindelijk hebben gevormd als mens, schreef ik al uitgebreid op in mijn dagboek.

Ook schreef ik voor de schoolkrant. Tekenen kon ik niet, maar schrijven kon ik als de beste. Soms werd er wel eens iets geplaatst, maar ik weet niet of dat kwam doordat het onderwijzend personeel al vroeg zag dat ik een ruwe literaire diamant was, of dat het puur medelijden was. Als kind kon ik namelijk geen fatsoenlijke tekening maken, want ik was qua beeldende kunst duidelijk bleven steken in de peuterperiode. Het was een schrale troost voor mijn ouders om te zien dat er op artistiek gebied nog iets van hun opvoeding terug te zien was.

In de puberteit heb ik me nog gewaagd aan het maken van de nodige gedichten die ik zelfs een aantal keren instuurde naar Candlelight. Jan van Veen heeft ze echter nooit hardop voorgelezen, tenminste niet in de uitzending waardoor ik me nog ellendiger voelde. Misschien las hij ze wel hardop voor aan zijn vrouw. Dat had natuurlijk ook gekund. Ik zie zo voor me dat ze samen in bed liggen midden tussen de vele brieven van luisterraars met hartverscheurende en vaak tenenkrommende gedichten over het leed wat liefde heet. Jan en zijn vrouw lachten zich natuurlijk te barsten en vielen waarschijnlijk elke avond schaterend in slaap.

Voor mij was schrijven stoom afblazen. Ik kon mijn gevoel erin kwijt. Een heuse uitlaatklep. Of het nu om verdriet of blijdschap ging maakte niet uit. Ik moest het gewoon allemaal ventileren. Daarna scheurde ik de bladzijden eruit, gooide ze weg of stak ze in brand. Dit laatste gebeurde met name met de schrijfsels over rottige periodes of onbeantwoorde liefdes. En daar had ik er genoeg van in mijn puberteit. Ik had ook genoeg leuke dingen in die tijd maar gek genoeg was het veel lastiger om daar nu een gedicht of een verhaal bij te verzinnen.

Schrijven vind ik nog steeds het leukste wat er is. Het is voor mij de beste uitlaatklep. En inmiddels heb ik het hele assortiment van andere uitlaatkleppen wel gehad. Drank, wiet, koffie, sigaretten. Het bood tijdelijke troost bij alle ellendige tijden die ik heb gekend, maar de pen en het witte papier waren uiteindelijk het meest effectief. Zij zijn een blijvertje. Het witte papier is inmiddels vervangen door een witte pagina van Word, en mijn pen is nu mijn toetsenbord met mijn vingervlugge viervingerig typsysteem. Maar het principe is hetzelfde als vroeger. Een uitlaatklep. Schrijven zal ik blijven doen. Over leuke en minder leuke dingen die me bezighouden. Sommige dingen zal ik delen, andere dingen hou ik voor mezelf, maar ik zal het nu allemaal bewaren.

Doodzonde dat ik niks bewaard heb uit die tijd. Dan had ik net als Jan van Veen en zijn vrouw nu elke avond schaterlachen in mijn bed gelegen.

Luctor et Emergo

Vandaag heb ik mijn jubileum. Het is vijf jaar geleden dat ik geveld werd door een hardnekkig griepvirus dat ontaardde in een zware burn-out. Mijn lijf was totaal uitgeput van 15 jaar werken in de Jeugdzorg.  Kapot was ik. Zowel geestelijk als lichamelijk. Ik heb me nog nooit zo ellendig gevoeld , zo verdrietig en zo alleen. Ellendig, omdat ik als stuiterbal eenvoudigweg geen energie had om ook maar een stap te verzetten.  Verdrietig omdat ik met mijn vrolijke, onbesuisde opgeruimde karakter was veranderd in een bedeesd, somber hoopje mens. En alleen, omdat ik het gevoel had dat niemand me begreep en ik het moeilijk vond om uit te leggen waar ik nu last van had.

Stond ik vroeger bovenin de top van de Pyramide van Maslow het uitzicht te bewonderen,  door de burn-out en de naweeën ervan  stond ik ineens weer onderaan en keek ik naar een steeds donker wordende hemel.

Natuurlijk zijn er altijd anderen die het veel slechter hebben dan ik. Die gedachte bood me, hoe gek het ook klinkt, de nodige troost, want daarmee had ik nog het vermogen om het goede en het mooie  te zien en was mijn situatie niet uitzichtloos en hopeloos.  Hoe donker het ook was, ik heb door de nodige kieren altijd wel wat lichtpuntjes gezien, die ogenschijnlijk klein, maar voor mij van grote betekenis waren.

Het leven was een grote worsteling. Luctor et Emergo. En ik heb wat af geworsteld, zowel met mezelf als met anderen.  Vriendschappen zijn gesneuveld,  teleurstellingen ingeslikt, liefdes verloren,  werk kwijtgeraakt. Ook in financieel opzicht is het een ware aderlating geweest, want ik krijg nog maar de helft van wat ik ooit verdiende, maar God, wat voel ik me bij tijd en wijle rijk.

Want ik  doe ontzettende leuke dingen, geniet van elke dag en heb weer volop energie. Soms teveel, waardoor ik weleens weer onbesuisd en onbegrensd ergens op af stuiter als een dolle jonge hond. Dat ik weer kan stuiteren maakt me een blij mens, want ik ben te lang vleugellam geweest. Ook heb ik de liefde voor het schrijven weer teruggevonden en heb ik ontdekt dat ik creatief met mijn handen ben en mooie dingen kan maken.  Ik geniet ontzettend van geweldige muziek en prachtige concerten waar ik bij kan zijn. Voor mij is muziek de ware magie. Ik  krijg er superkrachten van.

En mijn grootste rijkdom bestaat uit mijn geweldige familie, mijn lieve vrienden, fantastische buren en de leuke, lieve, bijzondere mensen die ik heb leren kennen.  Ik koester hen. Elke dag weer opnieuw. En ik wil dan ook iedereen bedanken  voor het helpen terugvinden van het vertrouwen, het optimisme,  het plezier, de liefde en al het andere  moois in het leven en in mezelf!

Love ya all!

Ilonka xxx

Zwarte Piet

Heel Nederland heeft het afgelopen jaar wel een mening over Zwarte Piet. De een vindt dat hij racistisch is en een kleur moet krijgen. De ander wil de traditie handhaven en wil dat hij zwart blijft. Allerlei mensen hebben op televisie hun mening kunnen spuien. Van de Wereld draait door tot Pauw. Van het Jeugdjournaal tot aan Buitenhof. Iedereen heeft zijn zegje kunnen doen. Columnisten hebben gretig gebruik gemaakt van hun venijnige pen om de andersdenkenden genadeloos neer te sabelen en de les te lezen. Sommige mensen zijn om hun mening op allerlei manieren beledigd en belachelijk gemaakt. Anderen zijn onbeschoft bejegend en respectloos behandeld. Enkel en alleen omdat ze een mening hebben over een precaire kwestie die heel het land in de greep hield. Nog nooit is de tweedeling in de samenleving zo zichtbaar geweest als het afgelopen jaar.

Het doet mij denken aan een ordinaire familieruzie. Zo’n vete waarbij de hele familie met elkaar over straat rolt. De aanleiding is vaak een kleine communicatiestoornis of een lullig meningsverschil tussen twee familieleden. Het familiehoofd probeert nog het onderlinge brandje te blussen door de vurige discussie in de kiem te smoren en onder het vloerkleed te vegen, maar dat mag niet meer baten. Alle onuitgesproken ongenoegens en frustraties van elk willekeurig familielid, dat als een smeulend vuur jarenlang onder de oppervlakte zat, wordt aangewakkerd. De gemoederen lopen hoog op en binnen de kortste keren wordt alle vuile was op straat gegooid en is het hele dorp op de hoogte van alle familiegeheimen die de familie jarenlang zorgvuldig binnenshuis heeft gehouden. Dit komt nooit meer goed.

Maar gelukkig hebben we het Familiediner van de E.O. Hierin worden familieleden geholpen om de eerste stap te zetten na een familieruzie. Ook volgt er een zoektocht naar wat er is misgegaan en hoe het weer goed kan komen. Bert “ That’s the question” van Leeuwen geeft het programma een zweempje evangelisch elan mee, waardoor het zich onderscheidt van de andere emotie -, gluur – en goedmaak -televisie. Anders had Bert natuurlijk net zo goed bij SBS 6 kunnen werken. Bert heeft zich ontpopt tot Heilige Mediator en weet de meest koppige, boze, onverdraagzame mensen bij elkaar te brengen aan een diner waar de gebrouilleerde familieleden elkaar vergiffenis kunnen schenken. Hierdoor is het weer pais en vree en kan men elkaar weer een welgemeende goedendag toewensen.

“Misschien moet Bert zich buigen over de verscheurde familie die Samenleving heet.” denk ik dan. Misschien kan Bert ook op zoek gaan naar de oorzaak van die grote kloof tussen groepen mensen, die steeds groter wordt. Wat nog meer belangrijker is, misschien kan Bert kijken hoe het weer allemaal goed kan komen. Dan schuiven we aan bij het Familiediner, en gunnen elkaar niet alleen een fijne Sinterklaas, maar ook een geweldig leven.
Maar waarschijnlijk is ‘That out of the question…. ‘

Leuk!

Het is zes uur in de morgen en ik ben net thuis van het stappen. Het lijkt alsof de vogels om mijn aandacht fluiten, maar dat kan ook de muziek zijn die nog na dreunt in mijn hoofd. Het was een geweldige avond. Ik ben compleet uit mijn dak gegaan en heb de sterren uit de hemel gedanst. Ik zag er geweldig uit en straalde aan alle kanten. De bewonderende blikken van de mannen waren talrijk, waar ik weliswaar van genoot, maar die ik subtiel onbeantwoord liet. Voordat ik mijn brakke lijf, ten ruste kan laten leggen en weg kan zakken in een comateuze slaap , die minsten tot halverwege de middag gaat duren, schrijf ik nog een mail naar de man die me zo bezig houdt. Terwijl ik op zoek ben naar de juiste woorden voor een treffend dronkenmansmailtje dwalen mijn gedachten af…

Het is lang geleden dat ik iemand tegenkwam die zoveel indruk op mij maakte. Natuurlijk had ik zijn charismatische verschijning wel gezien. Maar uiterlijk vertoon zegt mij eenmaal niet zoveel als de inhoud ook niet indrukwekkend is. Ik ben nu eenmaal veeleisend en erg selectief als het om mijn gezelschap gaat. Iemand krijgt niet zo maar mijn exclusieve aandacht. Dat moet je verdienen. Je moet minstens net zo’n veelzijdig karakter hebben als ik.
En dat heeft hij. Zo is hij een stoere mysterieuze rocker, een betrokken huisvader en een charismatische charmeur. Hij is slim, sociaal, lief, dominant , gevoelig en hij heeft een goed gevoel voor humor. Het is een markante man. Hij kan prachtig schrijven, maar nog mooier vertellen. Ik zou uren naar hem kunnen luisteren. Met hem aan de bar een borrel drinken en praten over het leven, de liefde en muziek,. Gewoon tot de zon opkomt. Heel bijzonder dat iemand die je nog maar kort kent, nu al zo vertrouwd is.

De mentale aantrekkingskracht is dan ook enorm. Hij triggert, prikkelt en daagt uit en ik geniet met volle teugen. Eindelijk iemand van hetzelfde kaliber ; een gelijkgestemde. Ik kijk halsreikend uit naar de mails die ik drie keer moet lezen voordat ik begrijp wat er nu echt staat. Natuurlijk wil ik hem beter leren kennen, alles van hem weten, en heb ik zijn telefoonnummer al lang in mijn telefoon. Dit is de man waarmee ik hand in hand langs de Seine wil lopen, of voor mijn part langs het Twentekanaal. En terwijl mijn fantasie door de alcohol ongekende vormen begint aan te nemen, de vermoeidheid zijn tol eist en ik amper mijn ogen open kan houden, typ ik slechts de woorden….:

Hai mister x … Ik ben hartstikke teut, maar God, wat vind ik je leuk!

Voordeeltjes

Ik heb altijd het gevoel gehad dat mannen een streepje voor hadden bij onze lieve Heer dan vrouwen. Ze verdienen meer, zijn fysiek sterker en kunnen zich vaak onbehouwen gedragen zonder dat iemand er iets van zegt. Terwijl wij vrouwen te kampen hebben met helse barensweeën, menstruatiepijnen en andere fysieke ongemakken lummelen mannen lekker met dat lompe logge lijf door het leven en maken zich druk om niks. Als ik onderweg nodig plassen moet, voel ik vaak natte grassprieten tegen mijn blote billen en pies mezelf bijna onder. Wij vrouwen letten nooit op of de ondergrond waar we op zitten wel waterpas is. Ik denk dan wel eens met afgunst aan kerels die onderweg nooit op zoek hoeven te gaan naar een beschutte plek. Mannen kunnen elke lantaarnpaal, boom, kerkmuur en struik als openbaar toilet gebruiken. De uitspraak: “Gemak dient de mens” kan wat mij betreft veranderd worden in: “Gemak dient de man”.

Aan de andere kant zitten aan het vrouw-zijn ook wel de nodige voordelen. Vrouwen kunnen verschillende dingen tegelijk doen. We koken, bellen, kijken televisie, letten op de kinderen en mailen voor het werk ook nog de agenda voor de vergadering van de volgende dag. Multitasken is een groot goed, dat wij vrouwen altijd en overal tot in de finesses beheersen. Een boodschappenlijstje is namelijk al snel gemaakt onder een wilde vrijpartij. Terwijl de man alle zeilen bij moet zetten om zich te concentreren op le moment suprême, heeft een vrouw al het complete weekmenu onder de loep genomen. Op het moment dat hij na de nodige horten en stoten ejaculerend in haar oor gromt, denkt zij aan de koffiefilters bij de Albert Heijn, die ze niet moet vergeten en dat ze de volgende dag ook nog even langs de Blokker moet. Als bij de vrouw “la petite Mort” haar intrede doet, kan ze al veel dingen van haar boodschappenlijstje schrappen.

Het organisatietalent van de vrouw gaat niet alleen het orgasme te boven. Ook de frequentie waarop wij vrouwen dit kunnen, is iets waar menig man jaloers op zou kunnen zijn. Misschien hebben wij vrouwen dat wel van onze lieve Heer meegekregen, omdat Hij wist dat we daar op een zorgvuldige manier mee om zouden gaan. Veel beter dan mannen. Mannen zijn al zo onverzadigbaar op het gebied van drank, eten en seks. Stel je toch eens voor dat mannen dit kunnen. De maatschappij zou compleet ontwricht zijn. Mannen denken al gemiddeld 15 keer per dag aan seks. Als ze begiftigd waren geweest met het vermogen tot een meervoudig orgasme zouden ze de hele dag door de spreekwoordelijke daad bij het woord voegen. Kerels zouden niet alleen dagelijks veelvuldig aan hun zak krabben, maar het hele zaakje net zo vaak gebruiken en de actuele tussenstand op facebook zetten of naar hun vrienden twitteren.

Met de verdeling van voordeeltjes van onze lieve Heer is ons vrouwen veel leed ( en daardoor ook veel gêne) bespaard gebleven.

Scheren

Tegenwoordig kun je geen blootblad meer openslaan of je ziet modellen met opgepompte borsten en gemillimeterd schaamhaar. Zo’n prachtig gekapte V van vrouwelijk. Met mijn maatje dubbel D kan ik wel concurreren met de dames, maar het gemillimeterde schaamhaar bleek een moeilijkere opgave. Normaal krijg ik jeuk bij zulke massale trends en loop ik niet achter de kudde aan, maar de potentiele lovers zijn nogal trendgevoelig en je kunt ze niet meer wijs maken dat de jaren zeventig revival ook zijn intrede heeft gedaan in de schaamstreek. Ik moest er dus wel aan geloven en besloot met de massa mee te gaan op kruistocht tegen de overbeharing.

Nu zijn er verschillende manieren om van je overtollige haar af te komen. Je kan het harsen, maar aangezien ik erg kleinzerig ben en al een kreet sla als er ergens een pleister van afgetrokken moet worden, leek me dit niet de beste optie. De kans is groot zijn dat ik lappen huid mee zou trekken en auditie kan doen als figurant in de eerste de beste horrorfilm. Er schijnt ook een zeer sterk ruikend chemisch goedje op de markt te zijn, waarbij al je haar er binnen no-time af valt. Het nadeel is dat je nog erg lang naar een oud-inwoner van Tjernobyl ruikt. De stank blijft nog dagen hangen in het rampgebied, zodat je partner uit voorzorg een gasmasker op moet als hij je wil verwennen.

Dan maar scheren. Dit moet niet al te moeilijk zijn. Als mannen dat kunnen, dan kan ik dat ook. Gewapend met scheerschuim en een vlijmscherp scheermes ging ik aan het werk. Nooit geweten dat scheerschuim zo kan schuimen. Je bent ineens je hele werkgebied kwijt bent en ziet door het witte schuim het bos niet meer. Het leek wel alsof er een plaatselijke sneeuwbui was gevallen en daar moest ik als een blindeman een leuk klein gevarendriehoekje in fabriceren. Ik ging vlijtig met mijn moordwapen aan de slag en toen ik klaar was met het fabriceren van mijn stelling van Pythagoras kwam ik erachter dat ik een fout had gemaakt. Een zogenaamde vormfout. Mijn driehoekje zag er geweldig uit,…….als ik er van boven op neer keek. Vrouwen hebben dus echt geen ruimtelijk inzicht, want in de spiegel zag ik een prachtige A in plaats van een V.

Scheren: Ik heb er maar een streep onder gezet….

De psych

Dankzij de serie Gooische Vrouwen is het niet meer gek als je een psychiater bezoekt maar eerder sjiek, hip en statusverhogend. Bij mijn officiële diagnose hoorde ook een officiële psychiater, dus heb ook ik een soort dokter Rossi gehad. Het beeld van de psychiater à la Freud met grijze baard en fout Oostenrijks accent, die diep in je psyche graaft terwijl jij met je ogen gesloten op de divan ligt, is enigszins achterhaald. Maar ondanks dat de zielenknijpers tegenwoordig in een wat positiever daglicht staan, bleef ik een beetje bang voor het fenomeen psychiater. Want is dat niet degene die dwars door mensen heen kan kijken? Die de donkere kanten van de verwarde geest kan doorgronden en de zenuw van alle zielenpijn bloot kan leggen? Niets blijft voor hem verborgen, waardoor het vaak lijkt alsof hij ook gedachten kan lezen.

Toen ik voor het eerst naar mijn psychiater ging, voelde ik dezelfde spanning en angst die ik had toen ik als klein meisje bij Sinterklaas moest komen. Ik durfde de Sint amper aan te kijken, bang dat hij in mijn ogen kon lezen dat ik het afgelopen jaar niet altijd even braaf was geweest. Elk jaar opnieuw stond ik glashard te liegen en het verbaasde me iedere keer weer, dat hij me zo snel wist te ontmaskeren als leugenaar. Zo kon hij me vertellen dat ik degene was die snoep uit de snoeppot had gejat, op de muur in de gang had getekend en slecht luisterde. Het leek alsof hij alles van me wist. Als kind had ik veel ontzag voor de Goedheiligman.

Datzelfde ontzag heb ik ook voor mijn psychiater. In ons gesprek oogt hij bijna menselijk. Hij is vriendelijk en lacht regelmatig om de grappige opmerkingen die ik maak teneinde de spanning wat te breken. Als ik hem vertel dat ik wel eens het speelgoed van mijn oudere broers heb vernield, zie ik dat hij daarvan een aantekening maakt op zijn notitieblok. Nieuwsgierig als ik ben, probeer ik op de kop te lezen wat er staat. Dit lukt natuurlijk niet, omdat hij (net als vele andere doctoren) een afschuwelijk handschrift heeft, dat niemand kan ontcijferen behalve een apothekersassistente. Van schrik durf ik amper meer over mezelf te vertellen. Bang, dat ik nog meer duistere kanten van mijn persoonlijkheid bloot geef en nog meer aantekeningen krijg.

Straks begrijpt hij me verkeerd en vinkt hij in gedachten al diverse hokjes aan, waardoor ik meer psychiatrische etiketten opgeplakt krijg dan een willekeurig reclamezuil! Ik zie mezelf al door twee broeders afgevoerd worden in zo’n ouderwetse dwangbuis richting een of andere psychiatrische kliniek. Beelden uit de film “One flew over the cuckoo’s nest“ doemen op in mijn hoofd. Straks moet deze koekoek ook nog over “the cuckoo’s nest” vliegen?

Dan valt mijn blik op de eerder gemaakte notitie en lees ik na enige inspanning: ‘Afspraak Hr. de Boer verzetten naar vrij 23 aug.

Psychiaters… soms zijn het net mensen.

Veertig plus plusser

Ik ben een veertigplusser. Dat klinkt als veertig en een beetje, maar in werkelijkheid ben ik inmiddels al vijf en veertig. Dus meer een veertig plus plusser. Ik moet toegeven dat het me in het begin een beetje moeite kost om het hardop te zeggen. Ik voelde me namelijk nog geen vijfenveertig. Laat staan veertigplusser. Als dertiger ben je toch een hele andere doelgroep als ik de reclame moet geloven. Je bent jong, hip en staat vol in het leven. Als veertigerplusser heeft Jane Fonda het tegen jou als ze een anti-rimpelcrème aanprijst. De oneffenheidjes kun je niet meer verbloemen onder een subtiel laag je make-up of crème. Daar is grof werk voor nodig. Naar het autoschadeherstelbedrijf moet je ermee om de deuken er letterlijk uit te slaan.

Als ik in de spiegel kijk zie ik twee stralende pretogen met daaromheen de kraaienpootjes. Kraaienpootjes kan ik ze eigenlijk niet meer noemen. Het zijn meer struisvogelstelten. Hoe meer ik lach, hoe groter ze worden. Met de jaren zijn de nodige kilo’s er natuurlijk ook bij gekomen. Hoe vaak ik ook gelijnd heb, het heeft niet mogen baten. Ik heb slechts eenmaal mijn streefgewicht gehaald en dat was als foetus in de dertigste week van de zwangerschap. Daarna is het babyvet nooit meer weggegaan. Ik heb menig foto gedelete omdat ik niet één, maar meerdere onderkinnen had. Daarbij beschik ik ook over de beruchte kipfiletjes als ik enthousiast naar iemand zwaai.

Niet alleen verstand komt met de jaren. Ook het gevoel. Ik zit nu letterlijk en figuurlijk goed in mijn vel. Ik ben niet dik, maar zacht en romig. En als echte lekkerbek vind ik dat heerlijk klinken. Je kunt de tijd niet tegenhouden. Ouder worden is geen verval, maar een kwestie van wijzer worden en genieten van een bewuster leven. En dat doe ik nu. Ik kan al mijn energie natuurlijk gaan steken in terugkijken naar vroeger en in het geval van mijn streefgewicht moet ik dan heel lang terug. En ik kan wel verlangen naar een mooier jonger lijf, maar ik vraag me af wat dat uiteindelijk oplevert en of dat het waard is.

Het moet toch vreselijk zijn om te leven in een wereld waarin mensen je kipfiletjes zien in plaats van je enthousiaste spontane begroeting of alleen maar je kraaienpootjes in plaats van je stralende lachende ogen. Ik zou dat niet willen en niet kunnen.

Ik kijk nogmaals in de spiegel en zie een stralende vijfenveertiger!

Hyperactief?

In tegenstelling tot wat mijn energieke karakter van nu zou doen vermoeden, ben ik eigenlijk van nature enigszins passief aangelegd. De tekst : “Liever lui dan moe” had niet misstaan op een tegeltje aan de wand in mijn kinderkamer. “Waarom zou je kruipen als volwassenen je ook met liefde willen dragen?” heb ik, als dreumes, kennelijk regelmatig aangevoeld. Zo kreeg ik op mijn eerste verjaardag een schattig rotan poppenwagentje. Ik viel met wagentje en al constant om. Dit, omdat mijn halve lijf erop leunde en daar waren die wagentjes in die tijd niet op berekend. Als oplossing hadden mijn ouders er een baksteen in gelegd (voorzien van een stemmig rode boerenzakdoek) waardoor ik rechtop zou kunnen staan. Helaas: meestal hing ik, schuifelend als een oud vrouwtje, over de stang van het kinderwagentje en ging in een slakkentempo de kamer rond.

Ik was gewoon niet zo’n actief kind, in tegenstelling tot mijn broers die altijd bezig waren met allerlei dingen waar je moe van wordt. Mijn hobby was hangen. Aan mijn moeders rokken, op de bank, voor de televisie. Heerlijk vond ik dat. Niets doen en een beetje dagdromen. Als kind vond ik verstoppertje spelen ook veel leuker dan tikkertje, want daar werd je moe van. En als ik een heel goed verstopplekje had, kon ik lekker lang niets blijven doen. Bewegen was nu eenmaal niet mijn ding. Op de kleuterschool weigerde ik steevast mee te doen met de kleutergym. Ik vond het helemaal niets om rondjes te rennen en door een hoepeltje te springen in een hemdje en een onderbroek. Ik saboteerde dan ook soms de gymnastiekles door in mijn broek te plassen, zodat de juf mij naar huis stuurde voor schone kleding.

Natuurlijk hebben mijn ouders mij gestimuleerd om iets aan sport te gaan doen, maar dat is schromelijk mislukt. Het werd al snel duidelijk dat ik niet de souplesse en lenigheid bezat voor een glansrijke turn,- of balletcarrière. Ook bleken basketbal en voetbal niet mijn sporten te zijn, aangezien ik helemaal kapot ging als ik van de ene speelhelft naar de andere rende. Volleyballen lag mij iets beter, omdat ik dan een tijdlang op dezelfde plek kon blijven staan. Door mijn slechte concentratie lette ik echter nooit goed op de bal en liep ik iedereen in de weg. Het enige sportieve aan mij is dat ik heel goed tegen mijn verlies kan.

Toen mijn ouders hoorden dat ik ADHD had, dachten ze gelijk terug aan dat kleine, dromerige, passieve meisje. Hangend over dat rotan poppenwagentje. De hyperactiviteit was hen gedurende mijn kindertijd nooit opgevallen. Het enige wat volgens mijn vader en moeder vroeger altijd wel actief bewoog, was mijn mond. Praten kon ik namelijk als de beste. En dat is niet veranderd.